Klik hier voor GRATIS advies

Wraak op de wallen

LUST, LIEFDE EN keiharde business waren motieven van de diverse daders in een gruwelmoord, twee jaar geleden in de rosse buurt van Amsterdam. Ditmaal was het geen prostituee die aan haar einde kwam. In deze zaak lijken het juist de ’dames van plezier’ te zijn geweest die zich het juk van hun slavenbestaan afwierpen door een meedogenloos plan te smeden. Een terugblik op de wanstaltige wallenmoord waarin de Amsterdamse rechtbank vorige maand forse straffen uitdeelde.

door JOLANDE VAN DER GRAAF

AMSTERDAM, zaterdag
Een verlaten flatwoning met zwermen vliegen achter de ramen en een afschuwelijke, penetrante stank. De Amsterdamse politie kreeg die snikhete julidag in 2006 een alarmerend telefoontje dat toegesnelde agenten onmiddellijk het ergste deed vermoeden. Toch kon niets de dienders voorbereiden op wat zij in het appartement onder een zwart zeil zouden aantreffen…

Maandenlang was het in de Osdorpse flatwoning aan het A.W. Grootehof een komen en gaan van de meest uiteenlopende figuren geweest. Geintrigeerd had de buurt gadegeslagen hoe aldoor meer jonge, blonde vrouwen bij de mysterieuze bewoner van middelbare leeftijd waren ingetrokken. Dag in, dag uit waren deze drie vrouwen tegen het einde van de middag in sexy outfits in taxi’s gestapt om pas tegen het ochtendgloren terug te keren.
De heer des huizes noemde zich Artur Pietronis, maar veel later zou de ware identiteit van deze Pool bekend worden. Voor de buitenwacht was ’Artur’ op en top verzorgd, een gentleman met manieren. Zijn drie huisgenotes die hij uit zijn vaderland had gehaald en op de Amsterdamse wallen achter het raam had gezet, kenden echter de andere, levensgevaarlijke kant van de vrouwenhandelaar annex pooier.

Internet

Een van hen, de nu 21-jarige Liliana W., verklaarde later aan de Amsterdamse recherche hoe zij Artur via internet had leren kennen. „Ik was op dat moment prostituee in Polen. Artur vroeg mij naar Nederland te komen om voor hem te komen werken. Hij noemde zich Artur, maar in zijn paspoort stond Oleks Jankovski. Later hoorde ik dat hij in Polen gezocht werd vanwege moord en dat hij bij de Russische maffia hoorde. Twee maanden zat ik voor Artur in Londen en daarna vier maanden in Amsterdam. Artur was hier mijn hoofdpooier, in Londen had ene Eugenius de touwtjes in handen. Ook hij hoorde bij de Russische onderwereld. De grote baas noemde zich Victor en kwam uit Litouwen.
Alles wat Artur en Eugenius wilden, dienden zij eerst met hem te overleggen.”

Volgens Liliana behandelde Artur ’zijn’ prostituees als vee dat hij te pas en te onpas rond schopte. „Hij vond me te dik, mishandelde me, vooral geestelijk. Hij heeft me niet vaak geslagen, maar hij pakte mij en de andere meiden altijd bij onze borsten en billen en maakte rotopmerkingen. Nieuwe meisjes moesten hem eerst pijpen, als een soort test.Wie bleef, kreeg van het verdiende geld de helft, de rest was voor Artur. We moesten iedere klant opschrijven en de tijden noteren. Zijn vriendjes hielden ons altijd en overal in de gaten.”
De nu 22-jarige Joanna K. uit Warschau vertelde de politie een soortgelijk verhaal. Met haar landgenote Justyna W. (nu 21) behoorde ook zij tot Arturs ’stal’. „Het was geestelijke druk die hij uitoefende. Hij heeft één keer mijn handen beetgepakt, opzij gedraaid en me hard tegen de muur gesmeten. Toen ik zei dat ik weg wilde, begon hij te dreigen.
Dat hij mijn moeder in Polen zou inlichten. En dat hij – als ik de derde dag na mijn vlucht niet bij hem zou terugkomen – het huis van mijn familie in Polen in brand liet steken met alles en iedereen erin.”
Tegen de zomer van 2006 kregen Joanna en Liliana heuse liefdesrelaties, die voor Artur het begin van een vreselijk einde inluidden. Liliana joeg het hoofd op hol van de Turkse illegaal Bilal ’Sherif’ M., destijds 46 jaar en sinds tien jaar illegaal in ons land. „Ik verdiende wat geld door op de wallen boodschappen te doen voor de prostituees en de vrouwen naar hun taxi’s te begeleiden”, aldus M. „De politie heeft me vaak aangehouden en wist dat ik illegaal ben. Omdat ik het netjes hield, werd ik getolereerd. Liliana vond ik steeds leuker. Ze vrolijkte mijn bestaan op en gaf mijn leven weer zin. Ik heb haar voorgesteld met het werk te stoppen, de wallen voor altijd de rug toe te keren en samen naar Turkije te gaan waar ik haar wilde trouwen.”
Joanna kreeg iets met een eveneens Turkse boodschappenjongen, Deniz S. (22). „Tussen ons was er meer dan het uitwisselen van lichaamsvloeistoffen”, vertrouwde het hoertje de politie toe. „Het voelde goed als we samen waren.”
Pooier Artur zag zijn ’handelswaar’ onderwijl in gevaar komen. Toen Joanna de benen nam en met haar nieuwe liefde haar intrek nam in een hotel, sloeg hij zelfs volledig op tilt.

’Afstraffing’

Arturs niet aflatende dreigementen zouden de aanzet tot de wallenmoord hebben gevormd. Justitie beschikt over verklaringen van Justyna en Liliana dat Joanna haar Turkse lover Deniz zo’n tienduizend euro betaalde om de Poolse pooier uit te schakelen. Deniz S., Bilal M. en twee jonge Surinamers, de nu 22-jarige Dwight P. en Malcolm van H. zouden vervolgens met elkaar hebben doorgepraat hoe zij Artur gingen ombrengen. Maar volgens de raadsman van M., de Amsterdamse strafrechtadvocaat Johan Keizer is er nooit een moordplan geweest en ging het hooguit om een ’afstraffing’. „Mijn cliënt heeft van meet af aan verklaard dat het de bedoeling was om Artur een lesje te leren Zodat de Pool zijn spullen zou pakken en zou vertrekken. Het is nooit Bilals bedoeling geweest dat Artur zou overlijden.”

Wat zich op de dag van de moord – de 17e of 19e juli 2006 – precies in het appartement heeft afgespeeld, is nog altijd een raadsel. De drie hoertjes en vier mannen speldden politie en justitie ieder een eigen versie op de mouw. „Zij beschuldigden elkaar in meer of mindere mate van de levensberoving en het initiatief daartoe”, zei zaaksofficier Preenen van het OM in Amsterdam vorige maand tijdens het strafproces. „Maar het meest in het oog springend is dat de verdachten die eerst bij de politie verklaarden dat zij wisten van het plan om Artur om te brengen, later zeiden dat er alleen een plan was om de Pool bang te maken.”
In de aanloop naar de slachtpartij verankerden Justyna en Liliana de toegangsdeur van het portiekflat met een deurmat, zodat Bilal M., Dwight P. en Malcolm van H. de flat tegen vijf uur in de ochtend eenvoudigweg konden binnendringen. De twee prostituees lieten zich vervolgens in de badkamer opsluiten. Onderwijl ging het drietal Artur te lijf, die op dat moment in zijn bed lag.
Uit de grote plassen bloed in het matras leidde de technische recherche af dat de hevig terugvechtende pooier daar de eerste van een reeks messteken toegediend kreeg.
Volgens Dwight P. sloeg Bilal M. de Pool met een pistool in het gezicht, Van H. houdt het erop dat Artur er door Bilal M. werd gestoken. En Bilal M. zegt op zijn beurt dat hij helemaal geen pistool bij zich had en Artur slechts om zijn middel vasthield om te voorkomen dat hij uit het slaapkamerraam zou springen. „Opeens renden P. en Van H. weg, achteraf bezien naar de keuken waar zij messen moeten hebben gepakt en waarmee ze op Artur zijn gaan insteken.
Want plotseling voelde ik iets nats over me heen vloeien toen ik Artur vast had. Ik zag dat het bloed was”, aldus Bilal M.

Orkaan

Bloedsporen toonden aan dat het doodsgevecht zich van het slaapkamerraam naar de woonkamer verplaatste waar in de orkaan van razernij een vaas, computer en allerlei ander huisraad tegen de grond sloegen. In de douche hoorden de twee opgesloten hoertjes Artur nog iets van ’Oh God’ roepen. Daarna was er slechts een oorverdovende stilte.
Het moordlustige gezelschap dook onder in het Cityhotel in Amsterdam en liet Arturs lijk in de snikhete woning achter. „Een van de vele feiten die erop wijzen dat er helemaal geen sprake was van een geplande moord”, vindt advocaat Keizer. „Er was zelfs geen auto geregeld om het lichaam af te voeren.”
De wallenmoord kreeg een ronduit smerig verloop dat een sterke maag vereist. Pas vijf dagen later keerden Bilal M. en Joanna K. terug naar de flat waar het lichaam inmiddels in verre staat van ontbinding verkeerde.
Volgens M. sprak Joanna vervolgens met Dwight P. en Malcolm van H. af om het lichaam in stukken te zagen en in water te dumpen. Zover zou het echter nooit komen.
Bij de Gamma werden zeil, tie-wraps en een zaag gekocht. Joanna K. en Bilal M. schaften een grote koffer aan. Omdat het wegwerken van de glibberige, menselijke brei niet lukte, overgoten P. en Van H. het met thinner en aceton in een poging de legers aan maden en insecten te verdrijven. „Omdat het lijk er maar bleef liggen stelde Joanna voor om het huis dan maar in brand te steken”, zei Bilal M. later tegen de politie. Ook dat zou niet gebeuren. Toen P. en Van H. kort erna opnieuw bij de flat aankwamen, hadden toegesnelde agenten er hun lugubere ontdekking gedaan en was het rechercheonderzoek naar de wallenmoord in volle gang.
Artur Pietronis, die in werkelijkheid Norbert Narbud heette, bleek talrijke botbreuken en een ingedeukte schedel te hebben opgelopen. Maar het was het massale bloedverlies door vele tientallen messteken dat de Poolse vrouwenhandelaar fataal was geworden. De recherche wist alle zeven verdachten op te sporen. Vorige maand veroordeelde de Amsterdamse rechtbank Justyna W. en Liliana W. tot zes jaar cel. Joanna K., Malcolm van H. en
Dwight P. kregen tien jaar, hoofdverdachten Deniz S. en Bilal M. beiden twaalf jaar gevangenisstraf.
De meesten gingen de afgelopen weken in hoger beroep. Zo ook Bilal M., voor wie de grootste ontgoocheling al kort na de moord kwam. Want Liliana W., de vrouw van zijn dromen, had hem allerminst als de prins op het witte paard gezien. Advocaat Keizer: „Ze had Bilal slechts gebruikt en bleek toen de politie haar oppakte in Alkmaar alweer voor andere pooiers te werken.” Het was in die tijd dat Bilial M. in zijn cel een emotionele verklaring schreef. ’Vergeef me, Amsterdam’, pende de vermeende moordenaar neer. ’Je bent de stad waarop ik verliefd raakte, die ik met mijn lief wilde ontvluchten maar die ik uiteindelijk nooit met haar zal verlaten.’